Wie zijn al die vertalers en tolken die lid zijn van de SNVT? Nieuwe netwerkers vragen we altijd om zich kort voor te stellen, maar wie zijn al die andere netwerkers? In deze serie krijg je deels een antwoord op deze vraag.
Joyce, zou je jezelf willen voorstellen?
Mijn naam is Joyce de Leeuw. Beëdigd vertaalster & (gerechts)tolk Nederlands ↔ Portugees; Vertaalster Engels → Nederlands & Engels → Portugees; Moedertaal: Nederlands.
Opdrachten voor een breed scala aan cliënten, waaronder: artsen, advocaten, notarissen, rechtbanken, de politie, de Nederlandse Arbeidsinspectie, de IND, het COA, de FIOD, bedrijven (Europese Ondernemingsraden), voetbalclubs, particulieren, vertaalbureaus en spirituele sprekers.
Specialismen: juridisch algemeen, privaat, straf- en familierecht, geneeskunde.
Waar ik ben geboren en opgegroeid?
Ik ben geboren in Den Haag en opgegroeid aan de Waalsdorperweg, in het Benoordenhout. Daar zat ik op school bij Instituut Wolters en later op het Maerlant Lyceum.
Mijn interesses en hobby’s?
Bridgen, films, documentaires, muziek, schilderen, mozaïeken, dansen, lezen (op het gebied van gezondheid en spiritualiteit), wandelen, zwemmen, meditatie, Chi Neng Qigong, Spaans leren.
Waar het Portugees vandaan komt?
In 1968 werd ik uitgenodigd voor een jaartje Brazilië door een Nederlandse oom en tante die in 1952 naar Curitiba waren verhuisd. Daar werd ik verliefd op een Braziliaan, de vader van mijn vier kinderen. Na 11 jaar Brazilië besloot ik te willen scheiden en met mijn kinderen naar Nederland terug te gaan.
Inmiddels ben ik al weer 37 jaar getrouwd met mijn Nederlandse man Peter, die ook twee kinderen heeft. Dus ik noem dat hoofdstuk ‘mijn vorige leven’. Het leven bestaat uit fases…
Omdat ik de Portugese taal goed beheerste, wilde ik deze taal gaan studeren met het doel om beëdigd tolk/vertaalster te worden. Zodoende meldde ik mij aan bij de Universiteit in Nijmegen. Aldaar reageerde een professor met: “Tja, ik weet niet in welk jaar ik jou zou moeten laten instromen, maar ik heb wel een goed idee. In Nederland kan je het Staatsexamen tolk/vertaler afleggen. Als je je hiervoor inschrijft, kan ik beoordelen wat jouw niveau is.” Zo gezegd, zo gedaan.
Ik had nog nooit vertaald noch getolkt. Dus met angst en beven deed ik het examen. Twee professors van de Universiteit Leiden namen het tolkexamen af. Het betrof een politieverhoor waarin de ene professor de politieagent speelde en de andere de verdachte. Op van de zenuwen bracht ik het er wonder boven wonder goed vanaf en kreeg ik een negen voor het tolken. Ook slaagde ik voor het examen vertalen.
Na de ontvangst van het Staatsdiploma duurde het echter nog meer dan een jaar voordat ik aan de slag kon. Dit kwam doordat er uiteraard nog geen internet was, terwijl mijn hele Braziliaanse verleden moest worden nagetrokken voordat ik een Braziliaans bewijs van goed gedrag kreeg en kon worden beëdigd. En toentertijd was de bureaucratische molen daar veel trager dan nu. Maar uiteindelijk kon ik in 1982 aan de slag.
Er waren overigens ook nog geen goede woordenboeken Portugees – Nederlands en vice versa en al helemaal geen juridische woordenboeken. Na enkele jaren kwam er een goed Spaans juridisch woordenboek uit en dat heb ik toen maar gekocht. Dat was heel nuttig maar ik moest ook goed oppassen, want er waren wel behoorlijke verschillen in de terminologie.
Waarom ik voor dit beroep heb gekozen en of dit altijd mijn hoofdberoep is geweest?
Talen hebben altijd wel mijn belangstelling gehad. Ik heb op mijn 18e een Certificate of Proficiency in English van de University of Michigan behaald. Zodoende kon ik in Brazilië een aantal jaren Engelse les geven aan het over heel Brazilië verspreide Instituto de Idiomas Yázigi, zowel aan volwassenen als aan kinderen.
Ook heb ik in Curitiba enige tijd als receptioniste gewerkt bij het Hotel Eduardo VII (behorende bij een Portugese hotelketen). Daar waren ze heel blij met mij, omdat het spreken van meerdere talen in Brazilië toen echt uitzonderlijk was. In het land der blinden is eenoog immers koning en verreweg de meeste Brazilianen spraken destijds alleen maar Portugees.
Daarvoor heb ik ook nog een jaar als technisch tekenares gewerkt bij mijn oom die een bedrijf had voor technische projecten en installaties in Curitiba. Ik sprak toen nog geen Portugees en voor dit werk had ik dat ook niet nodig.
Wat ik leuk vind aan mijn werk?
Dat het heel gevarieerd en interessant is. Helaas is de tijd van de rogatoire commissies voorbij, maar ik heb het geluk gehad er nog wel vele tientallen met zowel justitie als de politie als tolk te mogen begeleiden, veelal naar Brazilië maar ook naar Portugal en Kaapverdië. In Brazilië heb ik ook meerdere malen interceptie (vroeger taptolken) gedaan voor de Federale Politie.
In die zaken liep ik dan ook soms een paar jaar mee in het vooronderzoek in Nederland. Dat hield o.a. in: taptolken, het tolken van de verhoren van verdachten en getuigen en de vertalingen van de rechtshulpverzoeken.
Jarenlang tolkte ik ook veel bij de IND, tijdens de burgeroorlog in Angola. Daar werd ik op een gegeven moment ingeschreven op de speciale lijst voor het horen van eventuele oorlogsmisdadigers.
Ook werk ik voor advocaten, notarissen, bedrijven en particulieren.
Je vraagt mij naar mijn USP.
Enerzijds durf ik te zeggen dat ik ‘near native’ ben in met name het Braziliaans Portugees. Brazilianen geloven ook nooit dat ik geen Braziliaanse maar Nederlandse ben. Anderzijds heb ik heel brede ervaring op het gebied van strafzaken, maar ook familiezaken, en beschik ik over veel kennis van de Braziliaanse cultuur en taal. Dit heb ik mede te danken aan het feit dat ik ruim 10 jaar in mijn Braziliaanse schoonfamilie heb geleefd, waarmee ik nog steeds contact heb.
En dan de hamvraag: is tolk of vertaler een aantrekkelijk beroep om nu voor te kiezen? Waarom zou een jong iemand tolk of vertaler willen worden, volgens jou?
Dat is een moeilijk te beantwoorden vraag, maar persoonlijk denk ik dat als je je specialiseert in met name het justitiële en medische vlak, er nog wel heel lang werk voor je zal zijn. Hier maken de nuances echt het verschil en ik denk dat dit met AI toch moeilijk zal blijven. AI zal waarschijnlijk toch de feeling voor de taal blijven missen. Bovendien kunnen misinterpretaties bij sommige vakgebieden cruciaal zijn. Ook denk ik dat het voor cliënten en opdrachtgevers, met name in strafzaken en in medische zaken, toch een wezenlijk verschil maakt als de tolk in persoon aanwezig is. Maar de tijd zal het leren… Het zou natuurlijk ook zo kunnen zijn dat ik de plank missla.
Hoe heb je van de SNVT gehoord?
Dit is een leuke vraag. Ik was in 1981 net geslaagd voor mijn Staatsdiploma Portugees, toen een oude schoolvriendin van mij bij de school van haar zoontje in gesprek raakte met een andere moeder, de helaas te vroeg overleden tolk/vertaalster Russisch Maya de Vries.
Maya had contact met Eveline Sleebos, de oprichtster van de SNVT, destijds genaamd ‘De Residentievertaalsters’. Eveline werkte als vertaalster bij BuZa en vond het maar een eenzaam beroep. Zij miste het contact met collega’s. Eveline kwam met het idee om een vereniging op te richten en Maya vroeg mijn vriendin of ik daar wellicht ook bij wilde komen. Zo gezegd, zo gedaan. Dus op een gegeven moment zaten we met z’n vijven bij Eveline thuis en bespraken wij de mogelijkheden. Besloten werd dat wij om de twee maanden op elke 2e maandag van de maand bij elkaar zouden komen, wisselend bij een van ons thuis. Er zou eerst iemand een beroepsgericht praatje houden en daarna zouden wij met elkaar dineren.
Het moest bovendien een vrouwengroep worden. Niet omdat wij doorgeschoten Dolle Mina’s waren of een hekel aan mannen hadden. Maar wel omdat wij als vrouwen in de vertalerswereld destijds simpelweg over het algemeen niet erg serieus werden genomen. Wij werden meer gezien als huisvrouwen die er nog iets bijklusten in de vorm van vertaalwerk.
Bovendien waren veel mannen gewend om werk onderling door te geven, zoals bij de Lyons of Rotary Club en daar kwamen wij dus ook niet tussen. Zodoende besloten wij in het kader van de emancipatie iets op te zetten waar vrouwen elkaar ook onderling werk zouden doorgeven. Er kwam later ook een wie-is-wie-gids.
Volgens mij ben ik inmiddels het oudste nog actieve lid van de huidige SNVT, zowel in leeftijd als in de duur van het lidmaatschap en/of een combinatie hiervan.
Officieel kon ik echter in het begin nog niet ingeschreven worden, omdat mijn beëdiging nog niet rond was en ervaring had ik ook al niet. Maar ik was er al wel bij, vanaf de eerste bijeenkomsten bij Eveline thuis, volgens mij in Mariahoeve, nog voor de oprichting eigenlijk.
Hoe dan ook betaalde elke deelneemster een tientje (guldens natuurlijk) aan de gastvrouw die het diner bereidde. Na verloop van tijd groeide het aantal leden al vrij snel en kwamen wij met een stuk of 40 vrouwen bij een van ons in de huiskamer bijeen. En zoveel stoelen heeft niemand, nog los van de ruimte. En dus pakten we ons bordje met eten en gingen we maar op de grond zitten (we waren over het algemeen nog jong!).
In 1985 had ik echter een denksportcentrum in Zoetermeer opgericht met een aparte barruimte. Hierdoor kwam ik op het idee om de volgende bijeenkomst daar te houden en niet meer bij iemand thuis. Die situatie was immers onhoudbaar geworden, gezien het groeiende aantal leden. Dit initiatief werd met veel enthousiasme ontvangen. Wel was men terecht van mening dat wij, als residentievertaalsters, de bijeenkomsten in Den Haag zouden moeten blijven organiseren. En zo zijn wij, na enkele omzwervingen, uiteindelijk bij Pulchri beland.
Wat ik het leukste vind aan de SNVT?
Het leukste aan de SNVT vind ik het informele karakter. Je leert collega’s echt kennen als je met z’n allen elke twee maanden aan tafel zit en je kan onderling in een prettige sfeer veel informatie uitwisselen, nieuwe collega’s leren kennen, enz..
Ook het ‘halen-brengen principe’ spreekt mij aan. Zelf heb ik hier veel aan gehad en ik denk dat ik hieraan zelf ook mijn grootste bijdrage heb geleverd. Altijd heb ik in de eerste plaats collega’s uit ons netwerk doorgegeven aan mijn vele opdrachtgevers, zowel m.b.t mijn eigen werktaal als met andere talen.
Verder ben ik met veel plezier enkele jaren voorzitter van de gerechtstolkensectie geweest en heb ik een paar lustra helpen organiseren.
Wat de SNVT nog leuker/relevanter/interessanter zou kunnen maken?
Dat is wat mij betreft eigenlijk al gebeurd: het toelaten van mannelijke leden. Hier was ik al veel eerder voorstander van, want we leven nu in een heel andere tijd dan 45 jaar geleden.
Oeps, dat is bijna een halve eeuw geleden! Ik hoop dat het mij gegeven is ook nog het 50-jarig bestaan van de SNVT te mogen meemaken. Dat zou heel leuk zijn!
Ben je ook lid van andere beroepsorganisaties?
Ja, maar nu alleen nog maar van het NGTV en de ORT&V.
Het NGTV is en blijft de grootste, traditionele beroepsorganisatie voor tolken en vertalers in Nederland en daarom vond ik het van het begin af aan belangrijk om hier lid van te worden en te blijven.
De ORT&V is een belangrijke organisatie die zich volop inzet voor tolken en vertalers in het overheidsdomein en zich hierbij vooral richt op aanbestedingen, arbeidsvoorwaarden en tarieven.
Verder sta ik in het Rbtv, volgens mij als enige voor het Portugees, ingeschreven met alle drie de specialisaties: gerechtstolk in strafzaken, verhoortolk en vertaler in strafzaken.
En ‘last but not least’: vorig jaar is mijn kleindochter, Nicky Duarte, lid geworden van de SNVT. Haar Portugese achternaam dankt zij aan haar Braziliaanse opa.
Nu zijn wij respectievelijk het oudste en het jongste actieve lid, ook al heeft dit laatste een generatie overgeslagen en vertaalt zij geen Portugees maar Engels!

